Contact met je eigen wijze lijf

Boek over haptotherapie en coaching
Contact met je eigen wijze lijf is de ondertitel van het boek dat ik met veel plezier heb geschreven. Op 10 januari 2021 komt het op de markt. In verband de corona-pandemie waarschijnlijk niet persoonlijk maar via een Webinar.
Eind april heb ik een weeklang via Zoom een schrijfcursus gevolgd waarbij ik van verschillende docenten veel heb geleerd van voor mij volstrekt nieuwe materie. Het huiswerk vooraf was het maken van een uitgebreid schrijfplan.
Dit bood me meteen veel structuur. Na enkele aanpassingen en vooral vereenvoudigingen is de eerste opzet hetzelfde gebleven. Ook werd ik pittig gecoacht op mijn motivatie voor en de doelstelling van dit schrijfproject. Daarmee werd mijn aanvankelijk vage koers steeds duidelijker. Met als resultaat: ‘Yes, ik ga ervoor’. Vanwege de RIVM-maatregelen heb ik mijn praktijk in dezelfde periode tijdelijk gesloten. Ook andere activiteiten vielen daardoor stil en was er ineens veel schrijftijd. 

Hoofdstuk voor hoofdstuk
Door het project op te delen in stukken bleef het overzichtelijk en behapbaar. Een hoofdstuk tegelijk. Daarbij maakte ik gebruik van alle -bij het onderwerp aansluitende- scripties, aantekeningen, vakliteratuur, supervisieverslagen, etc. Telkens in het begin: ‘Dit gaat me nooit lukken’ en na een tijdje: ‘Er komt lijn in’. Bert las het hoofdstuk als eerst. Pak van mijn hart als ik hoorde: ‘Zo is het toch goed, ik ben benieuwd naar het vervolg’. Dat gaf me het vertrouwen de tekst naar een professioneel redacteur te sturen. Jeetje, wat heb ik daar veel van geleerd. Alle slogans blijken van toepassing: ‘Kill your darlings’ en ‘Show, don’t tell’. Meteen een leerzame oefening om met constructieve feedback ook constructief te hanteren. Flink ingekort en aangescherpt heb ik de tekst telkens goed opgeslagen en ook een kopie naar Bert gestuurd. Stel, dat mijn computer het begeeft…, daar moet ik niet aan denken. Op naar het volgende hoofdstuk.

Boek uitgeven in eigen beheer
Bij elkaar zijn het acht hoofdstukken geworden. Deel I gaat over het contact met je binnenwereld en deel II over het contact met de buitenwereld. Naast het schrijven begon de oriëntatie op het vervolg. Al gauw besloot ik het boek in eigen beheer uit te geven. Ik houd van ondernemen, heb daar al jong veel ervaring mee opgedaan. Al maakte ik toen nog gebruik van een luidruchtige typemachine en Typ-Ex. En ging de marketing via zoekertjes en advertenties in het Brabants Dagblad. Klanten kregen aanbiedingen en folders in handgeschreven enveloppen in de bus. Nou, dat is nu wel anders. De mensen en bedrijven die nu hun diensten aanbieden voor opmaak, productie en marketing ontmoet ik online. Al bij al vind ik het hartstikke leuk om zo twee nieuwe vakken te leren: schrijven en uitgeven. Niet alleen te leren, maar ook toe te passen. En straks een boek in handen te krijgen en zo door te geven wat ik door te geven heb.

Voor wie schrijf ik en wat heb je eraan?
Dit boek is geschreven voor dertigplussers, die -al dan niet professioneel- bewust stilstaan bij hun persoonlijke ontwikkeling. Haptotherapie & coaching zijn al jaren verweven in mijn aanbod aan cliënten. Dit komt ook terug in het boek. Ik hoop de lezer inzicht te geven, te inspireren en te bemoedigen.
Je leest hoe je…

  1. Lijfelijke signalen gewaar kunt zijn als helpende boodschappers
  2. Ballast van oud zeer op eigen tijd en manier kunt verteren en integreren
  3. Gezond verstand verbindt met je gevoel en intuïtie
  4. In contact komt met je eigen wijsheid en samenvalt met je ware natuur
  5. Affectief communiceert, duidelijk en oprecht
  6. In vrijheid verbonden kunt zijn met je naasten en met de omgeving
  7. Op tijd heldere grenzen stelt vanuit zelfzorg
  8. Lief en leed deelt in veiligheid en openheid

Aan de hand van volledig geanonimiseerde en gecombineerde praktijkvoorbeelden, aangevuld met fictieve scenes op basis van reële ervaring, krijg je een kijkje in de keuken van mijn praktijk. Zo’n dertig jaar begeleid ik mensen in 1-op-1 sessies. Nu zet ik bij wijze van spreken de deur open en deel mijn ervaring via het boek.

miskraam: lot of maakbaarheid

Het is mis, alles is mislukt, jij bent mislukt.
Deze kop las ik deze week in Het Parool
 naar aanleiding van het boek van Marjolijn de Cocq met de titel: ‘Maar ik hield al wel van je’. Ik schrok, in een keer schoot ‘een la’ diep in mijn lijf open. Het oud zeer van de zeven miskramen kinderloosheid die daar het gevolg van was werd direct getriggerd. In het artikel staat verder: Waarom het verdriet van een miskraam niet weggestopt moet worden. Dit artikel boek vormen voor mij dan ook de aanleiding om een blog dat ik eerder schreef op verzoek van http://www.miskraamverwerken.nl ook hier te delen. Om maar met de deur in huis te vallen: ik vind het woord ‘miskraam’ een naar woord dat klinkt als falen. De kop van het krantenartikel bevestigt dat nog eens. En tegelijk weet ik nog geen beter woord. Het gaat om het vroegtijdig sterven van een minimensje dat in liefde tot leven kwam. En het gaat om verwachtings- en zwangerschapsverlies van een kindje in de dop.

Medische mogelijkheden bemoeilijken aanvaarding van het lot. 
Een kind kun je niet nemen of maken zoals de maakbare samenleving voorspiegelt. Geluk en groei zijn naast tragiek en verval inherent aan het leven. Moeder natuur regeert op haar eigen mysterieuze wijze. De feitelijke ervaring met miskramen speelde zich af tussen mijn 24ste en 34ste. Stel dat wij gezonde kinderen hadden gekregen dat waren die nu rond de 40 jaar oud. Het gemis ervaar ik in elke fase op een andere manier al noem ik me allang niet meer ongewenst kinderloos. Ik heb geen eigen kinderen. Zo is het.

‘Hoe is het voor je om kinderloos te zijn?’ Zo’n ogenschijnlijk eenvoudige vraag kan zo goed doen. Een vraag waaruit echte interesse spreekt en de ander in alle vrijheid kan beslissen wat wel en wat niet te vertellen.

Openlijk delen of stilzwijgen?
Destijds werd daar veel minder dan nu openlijk over gesproken. Niet zozeer een taboe maar een stilzwijgen zoals Marjolijn de Cocq dat beschrijft. Haar schrijven is voor mij een en al herkenning. Het is aan mij om in het heden met de alsmaar veranderende stroom mee te bewegen. Elk huisje heeft z’n kruisje leerde ik als kind. Het kruisje kun je niet veranderen. Meestal kun je wel de manier beïnvloeden waarop je leed verteert en integreert in je levensboek: zelf en met steun van anderen.

Troost
Als de de miskraam realiteit is doet erkenning van je intens verlangen en pijnlijk verlies goed. Zonder drama. Zonder bagatelliseren. En zeker zonder ongevraagd advies. Dit is het. Destijds schreef ik : ‘Alsjeblieft, durf bij me te zijn. Ook al weet ik geen raad met mezelf. Ook al ben ik wiebelig van onzichtbare pijn. Al ben ik in de rouw van een wezentje dat jij nooit gekend hebt. Ik ben teleurgesteld, in de rouw van blije verwachting en van verlies van een kinderrijke toekomst.’

Bang om kwetsbaarheid te tonen trok ik mijn innerlijke barricade hoog op om confrontatie met pijn af te weren. Oh oh wat toonde ik me flink. Pas veel later kon ik troost te ontvangen en in open armen van dierbaren uithuilen. 

Verdriet kan voldragen verdriet worden. 
Het verdriet om vroegtijdig afgebroken zwangerschappen en onvervulde kinderwens woont niet meer bibberend en stokkend in mijn keel, maar rustig in mijn bekken.
Het lot heeft beslist en dan blijft niets anders over dan aanvaarding en dat is iets anders dan berusting. Ik voel me dankbaar omdat wij heel vanzelfsprekend en vreugdevol onze kinderwens deelden en omdat ik ten diepste weet heb van ‘in blije verwachting’ zijn.

Innerlijke kwetsuur heelt langzaamaan. 
De ‘gemaakte’ vriendelijkheid van buiten, die gepaard ging met innerlijke kou van binnen ligt achter me. Ook het keihard werken om innerlijke pijn te dempen behoort tot het verleden. Af en toe doet het litteken zeer en dient de pijn zich bij een onverwacht gebeuren in volle glorie aan. Zoals nu bij de promotie van het boek over miskramen.

eten met gevoel & verstand

Is er wel genoeg brood op de plank?
Het oudste, meest dierlijke deel van ons brein is gericht op overleving. Een grote zorg van dit deel van de hersencellen is: ‘Is er morgen wel genoeg brood op de plank?’ Dit zenuwstelsel regelt vanalles instinctief, we hebben daar niets over te zeggen. Onze overlevingskansen staan voorop en daartoe zet dit brein alles in het werk om ervoor te zorgen dat we ademhalen, eten, drinken, vrijen en slapen. Als je ooit rigoureus een of meerdere crash-diëten hebt gevolgd, dan wordt je brein alert: ‘Wanneer moet ik het weer met de kruimels doen? Is er morgen nog wel genoeg voor dit mooie lijf? Ik geef als de wiedeweerga opdracht om genoeg te eten en om een voorraadje aan te leggen, anders overleeft ze het nooit’, zou het brein zeggen als het kon praten. Ofwel, het brein stuurt je per direct op voedseljacht om hongerdood te voorkomen. 

Vooral intellectueel of emotioneel?
Als het brein zeker weet dat er genoeg brood op de plank is dan kalmeert het.
Hoe ga je hier nu met gevoelig verstand en verstandig gevoel mee om? Volgens theoloog Tjeu van den Berk die het boek schreef ‘Het mysterie van de hersenstam’, kun je als het gaat om eten twee soorten onderscheiden. Deze noem ik allebei ‘uit de maat’. Het zijn de intellectuele en de emotionele eters. Mensen met een intellectuele eetstijl kiezen hun voedingswaren bewust met behulp van het weldenkende nieuwste deel van ons brein, de cortex . Ze weten alles van enzymen, hormonen, vitaminen, koolhydraten, eiwitten, etc. Deze eters zijn kritisch en oplettend voordat ze ook maar iets in hun mond stoppen. De allerbeste brandstof moet genuttigd worden om de lijfelijke energiemotor perfect af te stellen. Een andere uitschieter is de emotionele eter, de snaaier, de gulzige en vaak ook de demper van innerlijke onrust. Deze mensen snelle eters hebben hun mond al vol voordat ze er erg in hebben. Zijn daarmee ook hun wezenlijke behoeften vervuld? Beide uitersten leiden vroeg of laat tot lichamelijke en geestelijke klachten. De verbinding in het brein tussen de verstandige cortex en de instinctieve hersenstam is zoekgeraakt. 

Fijngevoelig je maat kennen
Het vraagt contact met je eigen wijze lijf om fijngevoelig te worden voor wat je nodig hebt en waar je behoefte aan hebt. Wat helpt je om fris en helder te blijven? En wat helpt je om te genieten van al het zoetige en hartige dat op je bord komt? ‘Eet pas als je honger voelt’, zegt een van de vele voedingsexperts. Zou het echt zo eenvoudig zijn? Honger is iets anders dan eetlust, trek of zin in eten hebben. Eet je omdat je fysiek honger hebt of omdat het tijd is om te eten? Dieet-adviseurs zeggen: ‘Eet niet te veel en niet te weinig’. Dat snapt iedereen wel. Maar, hoe doe je dat in godsnaam en hoe hou je dat vol? En spelen hormonen, emoties, cultuur, opvoeding, voedselaanbod, marketing en gewoonten niet ook een grote rol? Kortom, wat is wijsheid?

Op de klok of op gevoel?
Toen ik jong was kregen we met Pasen zomerkleren aan en met Allerheiligen, dat valt op een november, winterkleren. De feitelijke temperatuur deed niet ter zake. Deze gewoonte volgden destijds de meeste mensen. Toen mijn neefje van vier op de fiets naar school werd gebracht, wilde hij geen jas aan. ‘Okay’, zei zijn moeder, ‘dan neem ik die wel mee voor als je het onderweg koud krijgt’. Nog geen kilometer op pad of daar hoorde ze: ‘Mam, ik heb het koud mag ik mijn jas aan’. Twee voorbeelden waarbij het ene gestoeld is op de ratio en de gewoonten. En het andere op feitelijke beleving en daarnaar handelen. Van kleding weer terug naar voeding. De meeste mensen eten op vaste tijden. Sommigen bepalen op zondagavond het menu voor de hele week en anderen zeggen: ‘Ik ga nog geen boodschappen doen, want ik weet nog niet waar ik trek in heb’. En de nieuwste trend is intermittent fasting, dan eet je een tijdje helemaal niet.
Eet jij op de klok, op gevoel of een combi? En bevalt dat?

Van sjoemelen naar zelfzorg
Een onderliggende vraag die volgens mij een rol speelt: Ben je het wel waard om je lekker in je vel te voelen? Zijn er overtuigingen die zorgen voor zelfafwijzing? Mag je wel tijd nemen voor gezonde voeding. Tijd om te luisteren naar je lichaam en om er liefdevol voor te zorgen? Kun je voelen wanneer je honger of dorst hebt, of wanneer je naar de wc moet? En mag dat dan ook? Of moeten eerst alle taken af zijn en sluit je je af voor lijfelijke behoeften? Heb je wel eens als een junk voedsel gebunkerd? Of krijg je soms geen hap door je keel? Ligt de volgende hap al op je lepel terwijl je nog kauwt op de vorige? Als je echt naar je eigen wijze lijf luistert en er liefdevol voor zorgt, blijft dit ‘sjoemelgedrag’ na verloop van tijd vanzelf achterwege. Je lichaam weet wat er van binnen aan de hand is en ‘vertelt’ wat je te doen staat. Luister maar en tast het maar eens af. Als je de tijd neemt om met aandacht te eten en echt te proeven ga je steeds beter aanvoelen waar voor jouw de gezonde grens ligt. Hoe is het voor je om die grens serieus te nemen en er naar te handelen?

Samenwerking gevoel & verstand
Wat ik interessant vind aan dit onderwerp is, dat het niet alleen mij maar heel veel mensen dagelijks bezighoudt en in beroering brengt. En geregeld ook in moeilijkheden brengt zoals overgewicht, fysieke klachten, onzekerheid, schuld- en schaamtegevoelens. En dat er een hele financieel winstgevende industrie op draait, terwijl het gezondheid kost. Dat we ons onbewust laten verleiden door slimme marketingtrucs. Ook dat er vele en telkens nieuwe experts zijn. Dat er vele gouden bergen c.q. slanke lijven worden beloofd. Dat dit tot mijn dertigste amper onderwerp van gesprek was en iedereen frank en vrij een speculaasje bij de koffie nam. En dat ik, nu ik weer eens in dit vraagstuk duik, ontdek dat ook hier de haptonomie-metafoor van toepassing is:

Ons lijf kun je zien als een huis.
Bovenin woont het verstand, onder het gevoel en in de midden de ziel.
Als gevoel en verstand goed samenwerken straalt het hele huis
en is de ziel dik tevreden.