blog

eten met gevoel & verstand

Is er wel genoeg brood op de plank?
Het oudste, meest dierlijke deel van ons brein is gericht op overleving. Een grote zorg van dit deel van de hersencellen is: ‘Is er morgen wel genoeg brood op de plank?’ Dit zenuwstelsel regelt vanalles instinctief, we hebben daar niets over te zeggen. Onze overlevingskansen staan voorop en daartoe zet dit brein alles in het werk om ervoor te zorgen dat we ademhalen, eten, drinken, vrijen en slapen. Als je ooit rigoureus een of meerdere crash-diëten hebt gevolgd, dan wordt je brein alert: ‘Wanneer moet ik het weer met de kruimels doen? Is er morgen nog wel genoeg voor dit mooie lijf? Ik geef als de wiedeweerga opdracht om genoeg te eten en om een voorraadje aan te leggen, anders overleeft ze het nooit’, zou het brein zeggen als het kon praten. Ofwel, het brein stuurt je per direct op voedseljacht om hongerdood te voorkomen. 

Vooral intellectueel of emotioneel?
Als het brein zeker weet dat er genoeg brood op de plank is dan kalmeert het.
Hoe ga je hier nu met gevoelig verstand en verstandig gevoel mee om? Volgens theoloog Tjeu van den Berk die het boek schreef ‘Het mysterie van de hersenstam’, kun je als het gaat om eten twee soorten onderscheiden. Deze noem ik allebei ‘uit de maat’. Het zijn de intellectuele en de emotionele eters. Mensen met een intellectuele eetstijl kiezen hun voedingswaren bewust met behulp van het weldenkende nieuwste deel van ons brein, de cortex . Ze weten alles van enzymen, hormonen, vitaminen, koolhydraten, eiwitten, etc. Deze eters zijn kritisch en oplettend voordat ze ook maar iets in hun mond stoppen. De allerbeste brandstof moet genuttigd worden om de lijfelijke energiemotor perfect af te stellen. Een andere uitschieter is de emotionele eter, de snaaier, de gulzige en vaak ook de demper van innerlijke onrust. Deze mensen snelle eters hebben hun mond al vol voordat ze er erg in hebben. Zijn daarmee ook hun wezenlijke behoeften vervuld? Beide uitersten leiden vroeg of laat tot lichamelijke en geestelijke klachten. De verbinding in het brein tussen de verstandige cortex en de instinctieve hersenstam is zoekgeraakt. 

Fijngevoelig je maat kennen
Het vraagt contact met je eigen wijze lijf om fijngevoelig te worden voor wat je nodig hebt en waar je behoefte aan hebt. Wat helpt je om fris en helder te blijven? En wat helpt je om te genieten van al het zoetige en hartige dat op je bord komt? ‘Eet pas als je honger voelt’, zegt een van de vele voedingsexperts. Zou het echt zo eenvoudig zijn? Honger is iets anders dan eetlust, trek of zin in eten hebben. Eet je omdat je fysiek honger hebt of omdat het tijd is om te eten? Dieet-adviseurs zeggen: ‘Eet niet te veel en niet te weinig’. Dat snapt iedereen wel. Maar, hoe doe je dat in godsnaam en hoe hou je dat vol? En spelen hormonen, emoties, cultuur, opvoeding, voedselaanbod, marketing en gewoonten niet ook een grote rol? Kortom, wat is wijsheid?

Op de klok of op gevoel?
Toen ik jong was kregen we met Pasen zomerkleren aan en met Allerheiligen, dat valt op een november, winterkleren. De feitelijke temperatuur deed niet ter zake. Deze gewoonte volgden destijds de meeste mensen. Toen mijn neefje van vier op de fiets naar school werd gebracht, wilde hij geen jas aan. ‘Okay’, zei zijn moeder, ‘dan neem ik die wel mee voor als je het onderweg koud krijgt’. Nog geen kilometer op pad of daar hoorde ze: ‘Mam, ik heb het koud mag ik mijn jas aan’. Twee voorbeelden waarbij het ene gestoeld is op de ratio en de gewoonten. En het andere op feitelijke beleving en daarnaar handelen. Van kleding weer terug naar voeding. De meeste mensen eten op vaste tijden. Sommigen bepalen op zondagavond het menu voor de hele week en anderen zeggen: ‘Ik ga nog geen boodschappen doen, want ik weet nog niet waar ik trek in heb’. En de nieuwste trend is intermittent fasting, dan eet je een tijdje helemaal niet.
Eet jij op de klok, op gevoel of een combi? En bevalt dat?

Van sjoemelen naar zelfzorg
Een onderliggende vraag die volgens mij een rol speelt: Ben je het wel waard om je lekker in je vel te voelen? Zijn er overtuigingen die zorgen voor zelfafwijzing? Mag je wel tijd nemen voor gezonde voeding. Tijd om te luisteren naar je lichaam en om er liefdevol voor te zorgen? Kun je voelen wanneer je honger of dorst hebt, of wanneer je naar de wc moet? En mag dat dan ook? Of moeten eerst alle taken af zijn en sluit je je af voor lijfelijke behoeften? Heb je wel eens als een junk voedsel gebunkerd? Of krijg je soms geen hap door je keel? Ligt de volgende hap al op je lepel terwijl je nog kauwt op de vorige? Als je echt naar je eigen wijze lijf luistert en er liefdevol voor zorgt, blijft dit ‘sjoemelgedrag’ na verloop van tijd vanzelf achterwege. Je lichaam weet wat er van binnen aan de hand is en ‘vertelt’ wat je te doen staat. Luister maar en tast het maar eens af. Als je de tijd neemt om met aandacht te eten en echt te proeven ga je steeds beter aanvoelen waar voor jouw de gezonde grens ligt. Hoe is het voor je om die grens serieus te nemen en er naar te handelen?

Samenwerking gevoel & verstand
Wat ik interessant vind aan dit onderwerp is, dat het niet alleen mij maar heel veel mensen dagelijks bezighoudt en in beroering brengt. En geregeld ook in moeilijkheden brengt zoals overgewicht, fysieke klachten, onzekerheid, schuld- en schaamtegevoelens. En dat er een hele financieel winstgevende industrie op draait, terwijl het gezondheid kost. Dat we ons onbewust laten verleiden door slimme marketingtrucs. Ook dat er vele en telkens nieuwe experts zijn. Dat er vele gouden bergen c.q. slanke lijven worden beloofd. Dat dit tot mijn dertigste amper onderwerp van gesprek was en iedereen frank en vrij een speculaasje bij de koffie nam. En dat ik, nu ik weer eens in dit vraagstuk duik, ontdek dat ook hier de haptonomie-metafoor van toepassing is:

Ons lijf kun je zien als een huis.
Bovenin woont het verstand, onder het gevoel en in de midden de ziel.
Als gevoel en verstand goed samenwerken straalt het hele huis
en is de ziel dik tevreden.

gevoelsvermogen

Voelenderwijs gewaarzijn
Naast denk-vermogen beschikken we over gevoels-vermogen. Dit is het vermogen om voelenderwijs gewaar te zijn. Van dit aangeboren gevoelsvermogen kun je jezelf steeds meer bewust worden en dit verder ontwikkelen. Dit doe je door stil te staan bij wat je lijf je ‘vertelt’, welke emotie vooraan zit en waar je behoefte aan hebt. Door zo bij jezelf stil te staan, kies je met verstand, gevoel en intuïtie om iets te doen of te laten. Of, om een ander te vragen om in jouw behoefte te voorzien. Situaties waar je geen enkele invloed op hebt kun je het best nemen zoals ze zijn. Op deze manier ben je trouw aan jezelf, neem je met een heldere focus regie over je leven. Geankerd in basisvertrouwen wordt dit lijfelijk waarneembaar. Je bent van top tot teen present, je lichaam is bewoond, ‘er is iemand thuis’.

Gevoel voor jezelf en de ander
Je kunt je gevoelsvermogen aanspreken door je open te stellen voor eigen gevoelens en voor die van de ander. Bewust contact maken, aftasten, aanvoelen en meevoelen. Iemand anders kan nooit echt voelen wat je zelf voelt. Wel kun je, door met je gevoelsvermogen waar te nemen, een indruk krijgen van hoe de ander zich voelt. Door vragen te stellen kun je toetsen of deze inschatting klopt. Door bewust gewaar te zijn via zintuiglijke vermogens, met name via de tast, krijg je steeds meer gevoelscontact met jezelf, met de ander en met de omgeving. Niet iedereen verstaat deze kunst. Vooral niet als het gevoelsvermogen gestagneerd is of onvoldoende is ontwikkeld. Iemand voelt dan bijvoorbeeld in het sociale verkeer niet aan wanneer een ander te dichtbij komt, raakt daarvan in de war en gaat bedenken waarom het niet zo erg is. Terwijl als melk niet meer goed is, proef je dat meteen en spuug je vanzelf de eerste slok uit.

Denken, voelen en handelen in balans
Een verstoorde balans tussen denken, voelen en handelen kan weer in evenwicht komen. Als het in onderling contact veilig genoeg voelt kun je de nodige moed verzamelen om je kwetsbaar op te stellen en onzekerheid te delen. Het doet goed als de ander geduldig luisterend aanwezig blijft en geen onthullingen forceert of zaken voor jou invult. Ook als je je serieus genomen voelt. Als je ruimte voelt om diepere gevoelens te delen op het moment dat jij daar aan toe bent. Als je voluit ruimte voelt om op je eigen manier te delen wat gedeeld wil worden. Zo’n aandachtige nabijheid helpt oud zeer helen. Erkenning van je verhaal en van je eigenheid door een welwillende ander doet een mens goed. Emotionele kwetsuren worden zo op een natuurlijke manier geheeld. Vergelijk een schaafwond op je knie die ook vanzelf geneest.

Zachte kracht
De kern van affectiviteit is tederheid, een zachte kracht die mensen verbindt.
Van eenzaamheid naar tweezaamheid. Naar wederkerigheid in de ontmoeting. Binnen de veilige omhulling ervaar je openheid. Er is sprake van intimiteit, van wezenlijk contact. Oud zeer vraagt vertering net als voeding. De vitaminerijke levenslessen haal je eruit en integreer je in je levensverhaal. De rest laat je achter. De ander voelt zich door het affectief contact bevestigd in zijn of haar wezenlijk goed-zijn. Psychiater Anna Terruwe noemt dit heel mooi: ‘Het toelachen in het wezen van de ander’. Er komt ruimte voor het bepalen en volgen van een vitale levens- en loopbaankoers. Trouw aan jezelf, op basis van eigen normen en waarden. Je voelt je autonoom en draagt verantwoordelijkheid voor de consequenties van je keuzes.

Via de ander ontmoet je jezelf
Je raakt meer en meer thuis in je binnenwereld. Buitenshuis is de samenleving, de stad, het dorp of de buurt. Daar zijn ook je dierbaren en alle verdere relaties. Als mensen elkaar ontmoeten in open contact ontvouwt het gevoelsvermogen zich vanzelf. De huid en de zintuigen vormen het contact met de buitenwereld. Onze ogen, oren, reuk, smaak en tastzin leggen een directe relatie tussen ieders binnen- en buitenwereld. Je kunt je terugtrekken bij het gevoel van te veel nabijheid of juist openstellen bij het gevoel van te veel afstand. Hoe voelt voor jou contact van mens tot mens? Het blijkt een hele kunst om de ander onbevooroordeeld tegemoet te treden. Om zonder reserve ontvankelijk te zijn en onbevangen te kijken naar wat er ook verschijnt. Door aanraking, huid-op-huid contact, dat de meest directe vorm van communicatie is, ‘vertelt’ je lijf zonder woorden wat er te vertellen valt. Dit vraagt grote zorgvuldigheid en volstrekte duidelijkheid. Dit is natuurlijk sowieso wenselijk en zeker in een professionele setting als de een hulpvrager is en de ander hulpbieder.

In stilte verwijlen
Kwetsbaarheid uiten vraagt geborgenheid en betrouwbaarheid. En zeker ook hoop op dat je door het uiten van gevoeligheden er beter van wordt. Door juiste timing en zorgvuldige aanraking wordt het lichaamsgeheugen aangesproken. Oude koeien kunnen in de sloot blijven. Wel wordt ingespeeld op actuele vragen en waarneembaar gedrag. Wat hier en nu speelt krijgt alle aandacht. Het kan zijn dat vroegere frustraties door liefdevolle aanraking spontaan opkomen. Het is dan voldoende als iemand zelf betekenis geeft aan wat ontsluierd wordt vanuit het lichaamsgeheugen. Deze confrontatie met kwetsuren van vroeger, die vastgezet zijn in het lijf, voelt degene die wordt aangeraakt zelf, maar hoeft dit niet alleen te ervaren. Er is ruimte voor vragen en voor het delen over de ervaring. Dit wordt als ondersteunend ervaren bij het inzichtelijk krijgen en het verwoorden van de beleving. Vaak is het wenselijk om een tijdje in stilte te verwijlen om te laten indalen wat ervaren is. Zo wordt het gevoelsvermogen meer en meer eigen gemaakt.

pleaser M/V

Wanneer noem je iemand een pleaser?
Dat doe je, als je opmerkt dat iemand haar of zijn handen vol heeft aan het de ander naar de zin maken. Als iemand zich overmatig verantwoordelijk voelt voor de gevoelens en het welzijn van de ander. Het voelt dan vreselijk, alleen het idee al, dat je iemand kwetst of teleurstelt. Dit is vaak een zo diep ingesloten overlevingspatroon, dat de pleaser zichzelf daar amper van bewust is. Uitspraken van een pleaser zijn bijvoorbeeld:
‘Het is toch fijn om een ander een plezier te doen?’.
‘Ik houd er niet van om moeilijk te doen’.
‘Gaat u maar voor’.
Please-gedrag is een dwangmatig patroon, bedoeld om goedkeuring te krijgen en afwijzing te voorkomen. En intussen ben je zelf de allergrootste afwijzer van je eigenheid. Je ware zelf mag er niet zijn. Alleen jouw dienstbare, naastenliefhebbende, klantgeoriënteerde en vriendelijke kant mag in de etalage. De rest moet achter de schuifdeuren in het magazijn blijven. Mijn pleaser noem ik op z’n Brabants:’T goei meidje’. Gelukkig is ‘mijn pleaser’ niet meer in vaste dienst. Meer een oproepkracht, die tevoorschijn komt als ik druk en moe ben. Als ik niet tijdig heb gezorgd voor mij passende grenzen en teveel ruimte heb afgegeven. Ofwel op momenten dat ik uit contact ben met mijn binnenwereld en daardoor ontrouw ben aan mijn gevoel en behoeften.

Bovenal: aardig blijven
Angst om niet aardig te worden gevonden voert bij de pleaser de boventoon. Een pleaser heeft een hekel aan conflicten en is als de dood voor confrontaties. ‘Laten we het gezellig houden!’, ‘Hoe is het met jou?’. ‘Wat een smaakvolle inrichting. Mijn complimenten’. Alle aandacht is gericht op de buitenwereld.
Je omgeving krijgt in de gaten dat jij geen ster bent in het stellen van gezonde grenzen, dus word je met het grootste gemak gevraagd voor allerlei rotklussen. Anderen zeggen mogelijk achter je rug: ‘Haar krijgen we wel zo gek. Ze zegt toch geen nee’. De ander krijgt in de smiezen dat je het heel graag allemaal goed wilt doen en maakt daar aardig gebruik en ook misbruik van. Je wordt met mooie woorden gemanipuleerd om aan de behoeften van de ander te voldoen. Helaas, je verloochent jezelf en ook vernedering is je niet vreemd. Zo sta je met al je goede bedoelingen met lege handen eenzaam in de kou.

Trots op dienstbaarheid
Als pleaser ben je er trots op dat je onmisbaar bent als het gaat om het organiseren van feestjes, ziekenzorg, verhuizingen, meetings, etc. ‘Dat doe ik wel even’. Je zit zichtbaar al op het puntje van de stoel, leunt op de bal van een voet om snel in actie te komen. De rugleuning is voor luiwammessen, niet voor jou. Je bent er trots op om twee gesprekken tegelijk te kunnen volgen. Dan kun je die ander ook nog jouw onmisbare goede raad geven. Je bent de rots in de branding als er problemen zijn en werkt je voor en achter de schermen drie slagen in de rondte, terwijl de anderen al het glas heffen. Daar ben je nog apetrots op ook. En vragen of iemand je wil helpen, zodat je samen aan de borrel kunt, komt niet bij de pleaser op. Je hebt de koninklijke taak om perfect te voldoen, zelfs aan de onuitgesproken verwachtingen van anderen. Dat je meer en meer uitgeput raakt, daar komt de buitenwereld niet achter. Alleen je partner, beste vriendin of gezin krijgt de chagrijnige en oververmoeide kant van je te zien. Je houdt het namelijk niet meer vol om dat de klok rond te verbergen. En dat is maar goed ook.

Afhankelijk van complimenten
Aardig gevonden worden lijkt een absolute noodzaak. Kritiek voelt als een onoverkomelijke ramp. Je legt daardoor bij de ander de plicht op de schouder om jou, hoe dan ook, goed te keuren. Afkeuring kun je immers niet verdragen. Je werkt je dan ook uit de naad voor positieve feedback. Je bent hartstikke moe en zegt toch maar weer ja als iemand je hulp vraagt. Je bent nodig en dat geeft de illusie dat je er mag zijn, dat je erbij hoort. Je hebt houvast aan de valse hoop: ‘Als ik klaarsta voor de ander, wordt er van me gehouden.’ Eigen oprechte gevoelens worden vooralsnog angstvallig verborgen. Stel je voor dat iemand daarachter komt. Het ‘slechte’ deel van de pleaser wordt weggestopt, zo bang om daarop afgekeurd te worden. Kennelijk voelde je je als kind onbewust veiliger bij volgzaamheid dan bij eigenheid.

Onzeker gevoel
Je bent een kampioen in sorry zeggen. Als je de ander niet helpt voel je je uit de maat schuldig. Voor van alles en nog wat jezelf verontschuldigen. Bijna: ‘Neem me niet kwalijk dat het regent’, of nog erger: ‘Sorry dat ik besta’. Schuld en schaamte spelen je parten vanuit de overtuiging: ‘Ik doe het verkeerd en ik ben verkeerd’. Kortom, je schaduwzijde moet hoe dan ook bedekt blijven en mag onder geen beding in het openbaar gezien worden. En naarmate de tijd vordert nemen ‘onverklaarbare’ stressklachten en vermoeidheid toe. Er begint iets te dagen. Zo hou je het niet langer vol. En je diepste verlangen als tegenhanger van je grootste gemis kun je niet langer onderdrukken: ‘Dat er voor je gezorgd wordt, zonder dat je dat hoeft te vragen, op de manier die jij prettig vind’.
Stel je eens voor dat iemand dit liefdevol voor je doet. Hoe is het voor je om die zorg voluit te ontvangen?

Kantelpunt
Noodzaak doet bewegen. Soms is het een klein voorval dat de emmer definitief doet overlopen. Je gaat oprecht voor jezelf staan: ‘En nu is het afgelopen’. Je realiseert je dat er een groot verschil is tussen helemaal jezelf zijn of je enkel identificeren met de pleaser, met de goedheid zelve. Je kunt echt niet iedereen gelukkig maken en dat is ook niet jouw taak. Je ontslaat met onmiddellijke ingang elk ander om jou goed dan wel af te keuren. Zijn ze nou helemaal gek geworden. Ik ben geen gekke Henkie. Dat ben ik veel te lang wel geweest en daar heb ik een forse prijs voor betaald. Per vandaag is het voor eeuwig en altijd afgelopen.

Eigen behoeften
Veel pleasers zijn verbaasd dat ze zelf ook gevoelens en behoeften kunnen hebben. De focus lag immers steeds bij de ander, bij de buitenwereld. Als je afscheid wilt nemen van de pleaser is de eerste stap dat je je richt op je eigen binnenwereld. Wat voel je, wat is je behoefte en hoe kun je daar zelf voor zorgen of een ander vragen daarvoor te zorgen. Steeds opnieuw naar binnen keren. Je openstellen voor eigen lichaamssignalen en emoties die zich in het moment aandienen. Voelen wat er te voelen valt. Als ik nu -nota bene midden in de zomer- naar buiten kijk zie ik een volledig bewolkte hemel en een miezerregen. Dat is het. Mijn heeroom Martien zou zeggen: ‘Het is ander weer’. Dat is alles. Als ik straks naar buiten ga, regenjas aan, plu mee en niks aan de hand. Zo kun je ook naar je binnenwereld kijken.

Radicale zelfzorg
Het kan zeer bedreigend voelen om je eigen behoeften op de eerste plaats te zetten. Om schuldgevoelens over de schutting te gooien. Om te zeggen wat je te zeggen hebt en te vragen wat je te vragen hebt. Om trouw te zijn aan de door jou gestelde prioriteiten. Je hebt de moed om dit, al dan niet met klamme handjes, toch te doen. Je authentieke zelf krijgt dan alle ruimte. Je luistert naar de richtinggevende boodschappen vanuit je binnenwereld in plaats van de verplichtingen en verwachtingen vanuit de buitenwereld. Je bent net een mens. Anderen leren je nu pas echt kennen. Je staat rechtop en oprecht voor jezelf. Je zegt ja als je ja wilt zeggen en nee als je nee wilt zeggen. Iedereen draagt voortaan zijn of haar eigen tas en daarmee eigen verantwoordelijkheid voor welzijn en geluk. Jij de jouwe en ik de mijne. Juist door kwetsbaarheid niet langer te verstoppen koers je op eigen kracht.