lot of maakbaarheid ?

Het is mis, alles is mislukt, jij bent mislukt.
Deze kop las ik in Het Parool
 naar aanleiding van het boek van Marjolijn de Cocq met de titel: ‘Maar ik hield al wel van je’. Ik schrok, in een keer schoot ‘een la’ diep in mijn lijf open. Het oud zeer van zeven miskramen en kinderloosheid die daar het gevolg van was werd direct getriggerd. In het artikel staat verder: Waarom het verdriet van een miskraam niet weggestopt moet worden. Dit artikel en boek vormen voor mij dan ook de aanleiding om een blog dat ik eerder schreef op verzoek van http://www.miskraamverwerken.nl ook hier te delen. Om maar met de deur in huis te vallen: ik vind het woord ‘miskraam’ een naar woord dat klinkt als falen. De kop van het krantenartikel bevestigt dat nog eens. En tegelijk weet ik nog geen beter woord. Het gaat om het vroegtijdig sterven van een minimensje dat in liefde tot leven kwam. Om verwachtings- en zwangerschapsverlies van een kindje in de dop.

Medische mogelijkheden bemoeilijken aanvaarding van het lot. 
Een kind kun je niet nemen of maken zoals de maakbare samenleving voorspiegelt. Geluk en groei zijn naast tragiek en verval inherent aan het leven. Moeder natuur regeert op haar eigen mysterieuze wijze. De feitelijke ervaring met miskramen speelde zich af tussen mijn 24ste en 34ste. Stel dat wij gezonde kinderen hadden gekregen dat waren die nu rond de 40 jaar oud. Het gemis ervaar ik in elke fase op een andere manier, al noem ik me allang niet meer ongewenst kinderloos. Ik heb geen eigen kinderen. Zo is het.

‘Hoe is het voor je om kinderloos te zijn?’ Zo’n ogenschijnlijk eenvoudige vraag kan zo goed doen. Een vraag waaruit echte interesse spreekt en de ander in alle vrijheid kan beslissen wat wel en wat niet te vertellen.

Openlijk delen of stilzwijgen?
Destijds werd daar veel minder dan nu openlijk over gesproken. Niet zozeer een taboe maar een stilzwijgen zoals Marjolijn de Cocq dat beschrijft. Haar schrijven is voor mij een en al herkenning. Het is aan mij om in het heden met de alsmaar veranderende stroom mee te bewegen. Elk huisje heeft z’n kruisje leerde ik als kind. Het kruisje kun je niet veranderen. Meestal kun je wel de manier beïnvloeden waarop je leed verteert en integreert in je levensboek: zelf en met steun van anderen.

Troost
Als de miskraam realiteit voor je is doet erkenning van intens verlangen en pijnlijk verlies goed. Zonder drama. Zonder bagatelliseren. En zeker zonder ongevraagd advies. Dit is het. Destijds schreef ik : ‘Alsjeblieft, durf bij me te zijn. Ook al weet ik geen raad met mezelf. Ook al ben ik wiebelig van onzichtbare pijn. Al ben ik in de rouw van een wezentje dat jij nooit gekend hebt. Ik ben teleurgesteld, in de rouw van blije verwachting en van verlies van een kinderrijke toekomst.’ Bang om kwetsbaarheid te tonen trok ik mijn innerlijke barricade hoog op om confrontatie met pijn af te weren. Oh oh wat toonde ik me flink. Pas veel later kon ik troost ontvangen en in open armen van dierbaren uithuilen. 

Verdriet kan voldragen verdriet worden. 
Het verdriet om vroegtijdig afgebroken zwangerschappen en onvervulde kinderwens woont niet meer bibberend en stokkend in mijn keel, maar rustig in mijn bekken.
Het lot heeft beslist en dan blijft niets anders over dan aanvaarding en dat is iets anders dan berusting. Ik voel me dankbaar omdat wij heel vanzelfsprekend en vreugdevol onze kinderwens deelden en omdat ik ten diepste weet heb van ‘in blije verwachting’ zijn. Af en toe doet het litteken zeer en dient de pijn zich bij een onverwacht gebeuren in volle glorie aan. Zoals nu bij de promotie van het boek over miskramen.

gevoelsvermogen

Voelenderwijs gewaarzijn
Naast denk-vermogen beschikken we over gevoels-vermogen. Dit is het vermogen om voelenderwijs gewaar te zijn. Van dit aangeboren gevoelsvermogen kun je jezelf steeds meer bewust worden en dit verder ontwikkelen. Dit doe je door stil te staan bij wat je lijf je ‘vertelt’, welke emotie vooraan zit en waar je behoefte aan hebt. Door zo bij jezelf stil te staan, kies je met verstand, gevoel en intuïtie om iets te doen of te laten. Of, om een ander te vragen om in jouw behoefte te voorzien. Situaties waar je geen enkele invloed op hebt kun je het best nemen zoals ze zijn. Op deze manier ben je trouw aan jezelf, neem je met een heldere focus regie over je leven. Geankerd in basisvertrouwen wordt dit lijfelijk waarneembaar. Je bent van top tot teen present, je lichaam is bewoond, ‘er is iemand thuis’.

Gevoel voor jezelf en de ander
Je kunt je gevoelsvermogen aanspreken door je open te stellen voor eigen gevoelens en voor die van de ander. Bewust contact maken, aftasten, aanvoelen en meevoelen. Iemand anders kan nooit echt voelen wat je zelf voelt. Wel kun je, door met je gevoelsvermogen waar te nemen, een indruk krijgen van hoe de ander zich voelt. Door vragen te stellen kun je toetsen of deze inschatting klopt. Door bewust gewaar te zijn via zintuiglijke vermogens, met name via de tast, krijg je steeds meer gevoelscontact met jezelf, met de ander en met de omgeving. Niet iedereen verstaat deze kunst. Vooral niet als het gevoelsvermogen gestagneerd is of onvoldoende is ontwikkeld. Iemand voelt dan bijvoorbeeld in het sociale verkeer niet aan wanneer een ander te dichtbij komt, raakt daarvan in de war en gaat bedenken waarom het niet zo erg is. Terwijl als melk niet meer goed is, proef je dat meteen en spuug je vanzelf de eerste slok uit.

Denken, voelen en handelen in balans
Een verstoorde balans tussen denken, voelen en handelen kan weer in evenwicht komen. Als het in onderling contact veilig genoeg voelt kun je de nodige moed verzamelen om je kwetsbaar op te stellen en onzekerheid te delen. Het doet goed als de ander geduldig luisterend aanwezig blijft en geen onthullingen forceert of zaken voor jou invult. Ook als je je serieus genomen voelt. Als je ruimte voelt om diepere gevoelens te delen op het moment dat jij daar aan toe bent. Als je voluit ruimte voelt om op je eigen manier te delen wat gedeeld wil worden. Zo’n aandachtige nabijheid helpt oud zeer helen. Erkenning van je verhaal en van je eigenheid door een welwillende ander doet een mens goed. Emotionele kwetsuren worden zo op een natuurlijke manier geheeld. Vergelijk een schaafwond op je knie die ook vanzelf geneest.

Zachte kracht
De kern van affectiviteit is tederheid, een zachte kracht die mensen verbindt.
Van eenzaamheid naar tweezaamheid. Naar wederkerigheid in de ontmoeting. Binnen de veilige omhulling ervaar je openheid. Er is sprake van intimiteit, van wezenlijk contact. Oud zeer vraagt vertering net als voeding. De vitaminerijke levenslessen haal je eruit en integreer je in je levensverhaal. De rest laat je achter. De ander voelt zich door het affectief contact bevestigd in zijn of haar wezenlijk goed-zijn. Psychiater Anna Terruwe noemt dit heel mooi: ‘Het toelachen in het wezen van de ander’. Er komt ruimte voor het bepalen en volgen van een vitale levens- en loopbaankoers. Trouw aan jezelf, op basis van eigen normen en waarden. Je voelt je autonoom en draagt verantwoordelijkheid voor de consequenties van je keuzes.

Via de ander ontmoet je jezelf
Je raakt meer en meer thuis in je binnenwereld. Buitenshuis is de samenleving, de stad, het dorp of de buurt. Daar zijn ook je dierbaren en alle verdere relaties. Als mensen elkaar ontmoeten in open contact ontvouwt het gevoelsvermogen zich vanzelf. De huid en de zintuigen vormen het contact met de buitenwereld. Onze ogen, oren, reuk, smaak en tastzin leggen een directe relatie tussen ieders binnen- en buitenwereld. Je kunt je terugtrekken bij het gevoel van te veel nabijheid of juist openstellen bij het gevoel van te veel afstand. Hoe voelt voor jou contact van mens tot mens? Het blijkt een hele kunst om de ander onbevooroordeeld tegemoet te treden. Om zonder reserve ontvankelijk te zijn en onbevangen te kijken naar wat er ook verschijnt. Door aanraking, huid-op-huid contact, dat de meest directe vorm van communicatie is, ‘vertelt’ je lijf zonder woorden wat er te vertellen valt. Dit vraagt grote zorgvuldigheid en volstrekte duidelijkheid. Dit is natuurlijk sowieso wenselijk en zeker in een professionele setting als de een hulpvrager is en de ander hulpbieder.

In stilte verwijlen
Kwetsbaarheid uiten vraagt geborgenheid en betrouwbaarheid. En zeker ook hoop op dat je door het uiten van gevoeligheden er beter van wordt. Door juiste timing en zorgvuldige aanraking wordt het lichaamsgeheugen aangesproken. Oude koeien kunnen in de sloot blijven. Wel wordt ingespeeld op actuele vragen en waarneembaar gedrag. Wat hier en nu speelt krijgt alle aandacht. Het kan zijn dat vroegere frustraties door liefdevolle aanraking spontaan opkomen. Het is dan voldoende als iemand zelf betekenis geeft aan wat ontsluierd wordt vanuit het lichaamsgeheugen. Deze confrontatie met kwetsuren van vroeger, die vastgezet zijn in het lijf, voelt degene die wordt aangeraakt zelf, maar hoeft dit niet alleen te ervaren. Er is ruimte voor vragen en voor het delen over de ervaring. Dit wordt als ondersteunend ervaren bij het inzichtelijk krijgen en het verwoorden van de beleving. Vaak is het wenselijk om een tijdje in stilte te verwijlen om te laten indalen wat ervaren is. Zo wordt het gevoelsvermogen meer en meer eigen gemaakt.

buiten- en binnenshuis

 
Jon Foreman: sculpt the world

Binnenshuis
In de loop der jaren ben ik vooral geïnteresseerd geraakt in wat zich non-verbaal bij mezelf en bij clienten in mijn praktijk ‘binnenshuis’ in ieders gevoelsleven afspeelt. Of dit nu meditatie heet, mindfulness, haptonomie, yin-yoga, bio-energetica of een andere benaderingswijze is, is me om het even. De centrale natuurlijke noemer is aandacht, openheid en acceptatie. Het vraagt oefening om zonder doel in alle rust waar te nemen welke lichaamssensaties en emoties zich aandienen. De kunst is om letterlijk te nemen wat op dit moment lijfelijk waar is en je te laten leiden door je innerlijke wijsheid. Immers, ons lichaam spreekt boekdelen en liegt nooit!

Je lichaam als verhaal
Je lijf van top tot teen kun je vergelijken met een huis, liefst met een stevig fundament. Met daarin onder meer organen, spieren, zintuigen, zenuwen, hersenen en niet te vergeten het gemoed. Je huid omsluit het geheel en is samen met de zintuigen de deur naar buiten. ‘Binnenhuis’ liggen, aan de oppervlakte of in de diepte, herinneringen opgeslagen. Het lichaam kun je beschouwen als ‘drager’ van gevoelens met vaak een feilloos en onbewust geheugen. Soms kan een geur, een muziekstuk, een foto of gebaar je plotseling ontroeren. Ook kan het zijn dat je ineens geconfronteerd wordt met oud zeer.
Je krijgt lichaamssignalen die bij je aan de bel trekken om je te helpen. Bijvoorbeeld verkrampte schouders, een dichtgeknepen keel, maagpijn of een nerveus gevoel vragen om aandacht waar je niet langer omheen kunt. Je vindt het mogelijk (nog) lastig om te weten wat je voelt en hoe hiermee om te gaan. Het gevoel is nog te vaak ondergeschikt aan het verstand. Herken je dat?

Buitenshuis
Buitenshuis is de omgeving, de natuur, de samenleving, de stad, het dorp, de buurt, je huis, school en werk. Ook je familie, je dierbaren en alle verdere relaties en contacten. Vanaf dag een ben je wereldburger en neem je je eigen, min of meer afgebakende, plaats in in het grote geheel. Je identiteit ontwikkelt zich stap voor stap in relatie tot je omgeving. Door een ervaring buitenshuis kan ineens binnenshuis iets getriggerd worden, waardoor dierbare herinneringen of juist pijnlijke kwetsuren van vroeger worden aangeraakt. Oud zeer gaan de meeste mensen begrijpelijkerwijs liever uit de weg. We ontwikkelen allerlei afweer-patronen om innerlijke narigheid uit de weg te gaan. Glimlach gerust, niets menselijks is ons vreemd.

Veilig binnen blijven?
Soms voelt het veiliger om binnenshuis te blijven, contact te vermijden en de ‘ophaalbrug’ omhoog te halen zodat je ongestoord in je ‘burcht’ kunt blijven.
Je diepste gemis en grootste verlangen worden verdrietig genoeg niet gehoord. Niet door jezelf en ook niet door anderen. Je raakt verkrampt, soms verhard door innerlijke kou. Zo behoud je de illusie van controle, maar mis je liefdevol contact. En het verlangen naar vriendschap, samenzijn, begrip en erkenning is volgens mij een universeel verlangen. De ander klopt aan je deur? ‘Laat je eens zien?’
‘Ik wil je graag ontmoeten!’ De ander accepteert je al. Nu jijzelf nog. Wat helpt je om wel over de brug te komen en de deur van binnenuit te openen?

‘Ik wil je pijn, je chagrijn, wie jij ook bent of nog zult zijn, ik wil het allemaal, niet voor een deel maar helemaal’ Paul de Leeuw.

Innerlijke speelruimte
Je kunt leren om gedachten, spanningen en emoties voorbij te laten komen en weer te laten gaan. Je kunt bewust sensaties aan de oppervlakte opmerken en meer in de diepte waarnemen. Als een stromende rivier die elke seconde verandert. Juist door de tijd te nemen en stil te staan bij wat er zoal stroomt in je lijf komt er ruimte en verzachting. Je kunt spelen met je naar binnenshuis openstellen in jouw maat en tempo. En zo kun je ook openstellen en afsluiten naar je omgeving en naasten buitenshuis. Soms voor de grens, soms er over. Je voelt steeds beter wat voor jou wel of niet goed voelt. Spelenderwijs raak je vertrouwd met je binnenste en vergroot je je zelfvertrouwen.

Ontmoeten
Als binnen en buiten elkaar ontmoeten in duidelijk en uitnodigend contact ontvouwt het gevoelsleven zich vanzelf. De huid en de zintuigen vormen het contact met de buitenwereld. Onze ogen, oren, reuk, smaak en tastzin leggen een directe relatie tussen binnen en buiten. Je kunt je terugtrekken bij te veel nabijheid of juist openstellen naar de mensen en de ruimte om je heen.
Een afstandelijke ruwe bejegening voelt wezenlijk anders dan een liefkozende tedere aanraking. Je voelt van nature wat pluis voelt en wat niet. Als het wel goed voelt ontstaat een gevoel van wederkerigheid – van aanraken en laten aanraken en raken – precies in de maat die past. In contact met je ware natuur. Alsmaar verhalen hoeft niet meer, nu draait het om direct ervaren.
De adem verdiept zich. Je lijf voelt zacht en ruim.
Dit geeft een weldadig thuisgevoel.