de draad weer oppakken


Heilzaam
In de Volkskrant las ik een recensie van het boek ‘De kracht van breien’ van Lorette Napoleioni’ over de heilzaamheid van breien. Om letterlijk de, door een crisis onderbroken, draad weer op te pakken. Dat brengt me op iets wat me al langer bezighoudt. En dat is het besef dat het verwerken van pijnlijke gebeurtenissen natuurlijk gepaard gaat met ‘bloed, zweet en tranen’.
En vooral dat daarnaast plezier maken, relativeren en samen lachen verdomd helend werken. Ik kan me na een sombere bui geweldig laven aan een avondje kaarten of nakaarten aan de keukentafel of in het cafe. Of samen buurtend over lief en leed , met de naaimand in het midden, verstelwerk doen. Het voelt heilzaam om na spanning in alle rust te ontladen. Vooral om niets te hoeven. Wat heerlijk toch als je samen geniet van de gewone dingen van het leven. Dit gaat door de pandemie voorlopig anders dan we gewend zijn. Er ontstaan gelukkig creatieve manieren om aan de natuurlijke en helende behoefte van samenzijn tegemoet te komen.

Blij met kleine dingen
Hoe zalig kan het zijn als je de kunst verstaat om gewoonweg onderling plezier te hebben. Met alle begripvolle empathie en serieuze spirituele ontwikkeling wordt mij te vaak het alledaagse plezier vergeten. Ook zoomsessies maken juist die kleine onderlinge vrolijkheid lastig, zelfs onmogelijk. Het zeer gestructureerde, ieder keurig op de beurt, haalt voor mij de sjeu uit het zoomcontact. En dan ook nog geen zoencontacten. Het is behelpen voor de goede zaak. Ik mis het eenvoudigweg lol hebben met elkaar. De slappe lach krijgen. Mijn part gieren om flauwe moppen. Om alle grappen die via de app binnenkomen glimlach ik in mijn uppie dat voelt toch anders. Lekker kletsen, het gaat echt nergens over, en tegelijk voelt het warm en verbonden. Gedeelde smart is halve smart en gedeelde vreugd is dubbele vreugd. Door het delen komt er in positieve zin iets bij in plaats van dat je iets kwijt raakt.

Steun en toeverlaat
In mijn praktijk ontmoet ik geregeld mensen die enorme behoefte hebben om het spelende, het vrije, het onbevangene dat vroeger te weinig aan bod kwam nu wel ruimte te geven. De serieuze, keurige en verantwoordelijke versie van henzelf heeft lang, voor de gezondheid meestal te lang, de boventoon gevoerd. Daarmee heb je een hartstikke positieve werkreputatie veroverd en voor familie en vrienden ben je een geweldige steun en toeverlaat. Maar word je er zelf echt blij van? Of is het een overlevingspatroon waar je je zoetjesaan bewust van wordt? Vroeger was het kennelijk nodig om het brave jongetje of ijverige meisje aan de buitenwereld te presenteren. Dat hoeft echt niet meer. Nu kun je onvoorwaardelijk jezelf zijn.

Alles mag
Als het past stel ik nog wel eens de vraag: wat zou de ‘bad girl’ in jou het allerliefst doen of laten? Schrijf eens drie dingen op die nu in je opkomen. Je hoeft het mij en ook niet iemand anders te laten zien of te vertellen. Stel je eens voor dat je er om te beginnen een van in praktijk brengt. Meestal krijg ik dan een glimlach van oor tot oor te zien. Wat let je? Je hoeft alleen de verantwoording voor je eigen doen en laten te nemen en verder ben je niemand verantwoording schuldig. Als je jezelf tevreden in de spiegel kunt kijken is dat meer dan genoeg. Je mag alles en moet helemaal niets. Van wie heb je toestemming nodig om te spelen, te vrijbuiten en af en toe buiten de lijntjes te kleuren? Als jij vrij en blij bent besmet je daar je omgeving mee.

contact met je wijze lijf

Boek over haptotherapie en coaching
Contact met je eigen wijze lijf is de ondertitel van het boek dat ik met veel plezier heb geschreven. Op 10 januari 2021 komt het op de markt. In verband de corona-pandemie mogelijk niet persoonlijk maar via een Webinar.
Eind april heb ik een weeklang via Zoom een schrijfcursus gevolgd waarbij ik van verschillende docenten veel heb geleerd van voor mij volstrekt nieuwe materie. Het huiswerk vooraf was het maken van een uitgebreid schrijfplan.
Dit bood me meteen een heldere structuur. Na enkele aanpassingen en vooral vereenvoudiging is de eerste opzet hetzelfde gebleven. Ook werd ik pittig gecoacht op mijn motivatie voor en de doelstelling van dit schrijfproject. Daarmee werd mijn aanvankelijk vage koers steeds duidelijker. Met als resultaat: ‘Yes, ik ga ervoor’. Vanwege de RIVM-maatregelen heb ik mijn praktijk in dezelfde periode tijdelijk gesloten. Ook andere activiteiten vielen daardoor stil en was er ineens veel schrijftijd. 

Hoofdstuk voor hoofdstuk
Door het project op te delen in stukken bleef het overzichtelijk en behapbaar. Een hoofdstuk tegelijk. Daarbij maakte ik gebruik van alle -bij het onderwerp aansluitende- scripties, aantekeningen, vakliteratuur, supervisieverslagen, enzovoort. Telkens in het begin: ‘Dit gaat me nooit lukken’ en na een tijdje: ‘Er komt lijn in’. Bert las elk hoofdstuk als eerste. Pak van mijn hart als ik hoorde: ‘Zo is het toch goed, ik ben benieuwd naar het vervolg’. Dat gaf me het vertrouwen de tekst naar professioneel redacteur Maria Genova te sturen. Jeetje, wat heb ik daar veel van geleerd. Alle slogans blijken van toepassing: ‘Kill your darlings’, Less is more’ en ‘Show, don’t tell’. Meteen een leerzame oefening om constructieve feedback te ontvangen en te hanteren. Flink ingekort en aangescherpt heb ik de tekst telkens goed opgeslagen en een kopie naar Bert gestuurd. Stel, dat mijn computer het begeeft…, daar moet ik niet aan denken. Op naar het volgende hoofdstuk.

Boek uitgeven in eigen beheer
Bij elkaar zijn het acht hoofdstukken geworden. Deel I gaat over het contact met je binnenwereld en deel II over het contact met de buitenwereld. Naast het schrijven begon de oriëntatie op het vervolg. Al gauw besloot ik het boek in eigen beheer uit te geven. Ik houd van ondernemen, heb daar al jong veel ervaring mee opgedaan. Al maakte ik toen nog gebruik van een grote luidruchtige typemachine en Typ-Ex. En ging de marketing via zoekertjes en advertenties in het Brabants Dagblad. Klanten kregen aanbiedingen en folders in handgeschreven enveloppen in de bus. Nou, dat is nu wel anders. De mensen en bedrijven die nu hun diensten aanbieden voor opmaak, productie en marketing ontmoet ik online. Al bij al vind ik het hartstikke leuk om zo twee nieuwe vakken te leren: schrijven en uitgeven. Niet alleen te leren, maar ook toe te passen. En straks een boek in handen te krijgen en daarmee door te geven wat ik door te geven heb.

Voor wie schrijf ik en wat heb je eraan?
Dit boek is geschreven voor dertigplussers, die -al dan niet professioneel- bewust stilstaan bij hun persoonlijke ontwikkeling. Haptotherapie & coaching zijn al jaren verweven in mijn aanbod aan cliënten. Dit komt ook terug in het boek. Ik hoop de lezer inzicht te geven, te inspireren en te bemoedigen.
Je leest in acht hoofdstukken hoe je…

  1. Lijfelijke signalen gewaar kunt zijn als helpende boodschappers
  2. Ballast van oud zeer op eigen tijd en manier kunt verteren en integreren
  3. Gezond verstand verbindt met gevoel en intuïtie
  4. In contact komt met je eigen wijsheid en samenvalt met je ware natuur
  5. Affectief communiceert, duidelijk en oprecht
  6. In vrijheid verbonden kunt zijn met je naasten en met de omgeving
  7. Op tijd heldere grenzen stelt vanuit zelfzorg
  8. Lief en leed deelt in veiligheid en openheid

Aan de hand van volledig geanonimiseerde en gecombineerde praktijkvoorbeelden, aangevuld met fictieve scenes op basis van reële ervaring, krijg je een kijkje in de keuken van mijn praktijk. Zo’n dertig jaar begeleid ik mensen in 1-op-1 sessies. Nu zet ik bij wijze van spreken de deur open en deel mijn levenslessen en ervaringen via het boek.

eten met gevoel & verstand

Is er wel genoeg brood op de plank?
Het oudste, meest dierlijke deel van ons brein is gericht op overleving. Een grote zorg van dit deel van de hersencellen is: ‘Is er morgen wel genoeg brood op de plank?’ Dit zenuwstelsel regelt vanalles instinctief, we hebben daar niets over te zeggen. Onze overlevingskansen staan voorop en daartoe zet dit brein alles in het werk om ervoor te zorgen dat we ademhalen, eten, drinken, vrijen en slapen. Als je ooit rigoureus een of meerdere crash-diëten hebt gevolgd, dan wordt je brein alert: ‘Wanneer moet ik het weer met de kruimels doen? Is er morgen nog wel genoeg voor dit mooie lijf? Ik geef als de wiedeweerga opdracht om genoeg te eten en om een voorraadje aan te leggen, anders overleeft ze het nooit’, zou het brein zeggen als het kon praten. Ofwel, het brein stuurt je per direct op voedseljacht om hongerdood te voorkomen. 

Vooral intellectueel of emotioneel?
Als het brein zeker weet dat er genoeg brood op de plank is dan kalmeert het.
Hoe ga je hier nu met gevoelig verstand en verstandig gevoel mee om? Volgens theoloog Tjeu van den Berk die het boek schreef ‘Het mysterie van de hersenstam’, kun je als het gaat om eten twee soorten onderscheiden. Deze noem ik allebei ‘uit de maat’. Het zijn de intellectuele en de emotionele eters. Mensen met een intellectuele eetstijl kiezen hun voedingswaren bewust met behulp van het weldenkende nieuwste deel van ons brein, de cortex . Ze weten alles van enzymen, hormonen, vitaminen, koolhydraten, eiwitten, etc. Deze eters zijn kritisch en oplettend voordat ze ook maar iets in hun mond stoppen. De allerbeste brandstof moet genuttigd worden om de lijfelijke energiemotor perfect af te stellen. Een andere uitschieter is de emotionele eter, de snaaier, de gulzige en vaak ook de demper van innerlijke onrust. Deze mensen snelle eters hebben hun mond al vol voordat ze er erg in hebben. Zijn daarmee ook hun wezenlijke behoeften vervuld? Beide uitersten leiden vroeg of laat tot lichamelijke en geestelijke klachten. De verbinding in het brein tussen de verstandige cortex en de instinctieve hersenstam is zoekgeraakt. 

Fijngevoelig je maat kennen
Het vraagt contact met je eigen wijze lijf om fijngevoelig te worden voor wat je nodig hebt en waar je behoefte aan hebt. Wat helpt je om fris en helder te blijven? En wat helpt je om te genieten van al het zoetige en hartige dat op je bord komt? ‘Eet pas als je honger voelt’, zegt een van de vele voedingsexperts. Zou het echt zo eenvoudig zijn? Honger is iets anders dan eetlust, trek of zin in eten hebben. Eet je omdat je fysiek honger hebt of omdat het tijd is om te eten? Dieet-adviseurs zeggen: ‘Eet niet te veel en niet te weinig’. Dat snapt iedereen wel. Maar, hoe doe je dat in godsnaam en hoe hou je dat vol? En spelen hormonen, emoties, cultuur, opvoeding, voedselaanbod, marketing en gewoonten niet ook een grote rol? Kortom, wat is wijsheid?

Op de klok of op gevoel?
Toen ik jong was kregen we met Pasen zomerkleren aan en met Allerheiligen, dat valt op een november, winterkleren. De feitelijke temperatuur deed niet ter zake. Deze gewoonte volgden destijds de meeste mensen. Toen mijn neefje van vier op de fiets naar school werd gebracht, wilde hij geen jas aan. ‘Okay’, zei zijn moeder, ‘dan neem ik die wel mee voor als je het onderweg koud krijgt’. Nog geen kilometer op pad of daar hoorde ze: ‘Mam, ik heb het koud mag ik mijn jas aan’. Twee voorbeelden waarbij het ene gestoeld is op de ratio en de gewoonten. En het andere op feitelijke beleving en daarnaar handelen. Van kleding weer terug naar voeding. De meeste mensen eten op vaste tijden. Sommigen bepalen op zondagavond het menu voor de hele week en anderen zeggen: ‘Ik ga nog geen boodschappen doen, want ik weet nog niet waar ik trek in heb’. En de nieuwste trend is intermittent fasting, dan eet je een tijdje helemaal niet.
Eet jij op de klok, op gevoel of een combi? En bevalt dat?

Van sjoemelen naar zelfzorg
Een onderliggende vraag die volgens mij een rol speelt: Ben je het wel waard om je lekker in je vel te voelen? Zijn er overtuigingen die zorgen voor zelfafwijzing? Mag je wel tijd nemen voor gezonde voeding. Tijd om te luisteren naar je lichaam en om er liefdevol voor te zorgen? Kun je voelen wanneer je honger of dorst hebt, of wanneer je naar de wc moet? En mag dat dan ook? Of moeten eerst alle taken af zijn en sluit je je af voor lijfelijke behoeften? Heb je wel eens als een junk voedsel gebunkerd? Of krijg je soms geen hap door je keel? Ligt de volgende hap al op je lepel terwijl je nog kauwt op de vorige? Als je echt naar je eigen wijze lijf luistert en er liefdevol voor zorgt, blijft dit ‘sjoemelgedrag’ na verloop van tijd vanzelf achterwege. Je lichaam weet wat er van binnen aan de hand is en ‘vertelt’ wat je te doen staat. Luister maar en tast het maar eens af. Als je de tijd neemt om met aandacht te eten en echt te proeven ga je steeds beter aanvoelen waar voor jouw de gezonde grens ligt. Hoe is het voor je om die grens serieus te nemen en er naar te handelen?

Samenwerking gevoel & verstand
Wat ik interessant vind aan dit onderwerp is, dat het niet alleen mij maar heel veel mensen dagelijks bezighoudt en in beroering brengt. En geregeld ook in moeilijkheden brengt zoals overgewicht, fysieke klachten, onzekerheid, schuld- en schaamtegevoelens. En dat er een hele financieel winstgevende industrie op draait, terwijl het gezondheid kost. Dat we ons onbewust laten verleiden door slimme marketingtrucs. Ook dat er vele en telkens nieuwe experts zijn. Dat er vele gouden bergen c.q. slanke lijven worden beloofd. Dat dit tot mijn dertigste amper onderwerp van gesprek was en iedereen frank en vrij een speculaasje bij de koffie nam. En dat ik, nu ik weer eens in dit vraagstuk duik, ontdek dat ook hier de haptonomie-metafoor van toepassing is:

Ons lijf kun je zien als een huis.
Bovenin woont het verstand, onder het gevoel en in de midden de ziel.
Als gevoel en verstand goed samenwerken straalt het hele huis
en is de ziel dik tevreden.