eten met gevoel & verstand

Is er wel genoeg brood op de plank?
Het oudste, meest dierlijke deel van ons brein is gericht op overleving. Een grote zorg van dit deel van de hersencellen is: ‘Is er morgen wel genoeg brood op de plank?’ Dit zenuwstelsel regelt vanalles instinctief, we hebben daar niets over te zeggen. Onze overlevingskansen staan voorop en daartoe zet dit brein alles in het werk om ervoor te zorgen dat we ademhalen, eten, drinken, vrijen en slapen. Als je ooit rigoureus een of meerdere crash-diëten hebt gevolgd, dan wordt je brein alert: ‘Wanneer moet ik het weer met de kruimels doen? Is er morgen nog wel genoeg voor dit mooie lijf? Ik geef als de wiedeweerga opdracht om genoeg te eten en om een voorraadje aan te leggen, anders overleeft ze het nooit’, zou het brein zeggen als het kon praten. Ofwel, het brein stuurt je per direct op voedseljacht om hongerdood te voorkomen. 

Vooral intellectueel of emotioneel?
Als het brein zeker weet dat er genoeg brood op de plank is dan kalmeert het.
Hoe ga je hier nu met gevoelig verstand en verstandig gevoel mee om? Volgens theoloog Tjeu van den Berk die het boek schreef ‘Het mysterie van de hersenstam’, kun je als het gaat om eten twee soorten onderscheiden. Deze noem ik allebei ‘uit de maat’. Het zijn de intellectuele en de emotionele eters. Mensen met een intellectuele eetstijl kiezen hun voedingswaren bewust met behulp van het weldenkende nieuwste deel van ons brein, de cortex . Ze weten alles van enzymen, hormonen, vitaminen, koolhydraten, eiwitten, etc. Deze eters zijn kritisch en oplettend voordat ze ook maar iets in hun mond stoppen. De allerbeste brandstof moet genuttigd worden om de lijfelijke energiemotor perfect af te stellen. Een andere uitschieter is de emotionele eter, de snaaier, de gulzige en vaak ook de demper van innerlijke onrust. Deze mensen snelle eters hebben hun mond al vol voordat ze er erg in hebben. Zijn daarmee ook hun wezenlijke behoeften vervuld? Beide uitersten leiden vroeg of laat tot lichamelijke en geestelijke klachten. De verbinding in het brein tussen de verstandige cortex en de instinctieve hersenstam is zoekgeraakt. 

Fijngevoelig je maat kennen
Het vraagt contact met je eigen wijze lijf om fijngevoelig te worden voor wat je nodig hebt en waar je behoefte aan hebt. Wat helpt je om fris en helder te blijven? En wat helpt je om te genieten van al het zoetige en hartige dat op je bord komt? ‘Eet pas als je honger voelt’, zegt een van de vele voedingsexperts. Zou het echt zo eenvoudig zijn? Honger is iets anders dan eetlust, trek of zin in eten hebben. Eet je omdat je fysiek honger hebt of omdat het tijd is om te eten? Dieet-adviseurs zeggen: ‘Eet niet te veel en niet te weinig’. Dat snapt iedereen wel. Maar, hoe doe je dat in godsnaam en hoe hou je dat vol? En spelen hormonen, emoties, cultuur, opvoeding, voedselaanbod, marketing en gewoonten niet ook een grote rol? Kortom, wat is wijsheid?

Op de klok of op gevoel?
Toen ik jong was kregen we met Pasen zomerkleren aan en met Allerheiligen, dat valt op een november, winterkleren. De feitelijke temperatuur deed niet ter zake. Deze gewoonte volgden destijds de meeste mensen. Toen mijn neefje van vier op de fiets naar school werd gebracht, wilde hij geen jas aan. ‘Okay’, zei zijn moeder, ‘dan neem ik die wel mee voor als je het onderweg koud krijgt’. Nog geen kilometer op pad of daar hoorde ze: ‘Mam, ik heb het koud mag ik mijn jas aan’. Twee voorbeelden waarbij het ene gestoeld is op de ratio en de gewoonten. En het andere op feitelijke beleving en daarnaar handelen. Van kleding weer terug naar voeding. De meeste mensen eten op vaste tijden. Sommigen bepalen op zondagavond het menu voor de hele week en anderen zeggen: ‘Ik ga nog geen boodschappen doen, want ik weet nog niet waar ik trek in heb’. En de nieuwste trend is intermittent fasting, dan eet je een tijdje helemaal niet.
Eet jij op de klok, op gevoel of een combi? En bevalt dat?

Van sjoemelen naar zelfzorg
Een onderliggende vraag die volgens mij een rol speelt: Ben je het wel waard om je lekker in je vel te voelen? Zijn er overtuigingen die zorgen voor zelfafwijzing? Mag je wel tijd nemen voor gezonde voeding. Tijd om te luisteren naar je lichaam en om er liefdevol voor te zorgen? Kun je voelen wanneer je honger of dorst hebt, of wanneer je naar de wc moet? En mag dat dan ook? Of moeten eerst alle taken af zijn en sluit je je af voor lijfelijke behoeften? Heb je wel eens als een junk voedsel gebunkerd? Of krijg je soms geen hap door je keel? Ligt de volgende hap al op je lepel terwijl je nog kauwt op de vorige? Als je echt naar je eigen wijze lijf luistert en er liefdevol voor zorgt, blijft dit ‘sjoemelgedrag’ na verloop van tijd vanzelf achterwege. Je lichaam weet wat er van binnen aan de hand is en ‘vertelt’ wat je te doen staat. Luister maar en tast het maar eens af. Als je de tijd neemt om met aandacht te eten en echt te proeven ga je steeds beter aanvoelen waar voor jouw de gezonde grens ligt. Hoe is het voor je om die grens serieus te nemen en er naar te handelen?

Samenwerking gevoel & verstand
Wat ik interessant vind aan dit onderwerp is, dat het niet alleen mij maar heel veel mensen dagelijks bezighoudt en in beroering brengt. En geregeld ook in moeilijkheden brengt zoals overgewicht, fysieke klachten, onzekerheid, schuld- en schaamtegevoelens. En dat er een hele financieel winstgevende industrie op draait, terwijl het gezondheid kost. Dat we ons onbewust laten verleiden door slimme marketingtrucs. Ook dat er vele en telkens nieuwe experts zijn. Dat er vele gouden bergen c.q. slanke lijven worden beloofd. Dat dit tot mijn dertigste amper onderwerp van gesprek was en iedereen frank en vrij een speculaasje bij de koffie nam. En dat ik, nu ik weer eens in dit vraagstuk duik, ontdek dat ook hier de haptonomie-metafoor van toepassing is:

Ons lijf kun je zien als een huis.
Bovenin woont het verstand, onder het gevoel en in de midden de ziel.
Als gevoel en verstand goed samenwerken straalt het hele huis
en is de ziel dik tevreden.

gevoelsvermogen

Voelenderwijs gewaarzijn
Naast denk-vermogen beschikken we over gevoels-vermogen. Dit is het vermogen om voelenderwijs gewaar te zijn. Van dit aangeboren gevoelsvermogen kun je jezelf steeds meer bewust worden en dit verder ontwikkelen. Dit doe je door stil te staan bij wat je lijf je ‘vertelt’, welke emotie vooraan zit en waar je behoefte aan hebt. Door zo bij jezelf stil te staan, kies je met verstand, gevoel en intuïtie om iets te doen of te laten. Of, om een ander te vragen om in jouw behoefte te voorzien. Situaties waar je geen enkele invloed op hebt kun je het best nemen zoals ze zijn. Op deze manier ben je trouw aan jezelf, neem je met een heldere focus regie over je leven. Geankerd in basisvertrouwen wordt dit lijfelijk waarneembaar. Je bent van top tot teen present, je lichaam is bewoond, ‘er is iemand thuis’.

Gevoel voor jezelf en de ander
Je kunt je gevoelsvermogen aanspreken door je open te stellen voor eigen gevoelens en voor die van de ander. Bewust contact maken, aftasten, aanvoelen en meevoelen. Iemand anders kan nooit echt voelen wat je zelf voelt. Wel kun je, door met je gevoelsvermogen waar te nemen, een indruk krijgen van hoe de ander zich voelt. Door vragen te stellen kun je toetsen of deze inschatting klopt. Door bewust gewaar te zijn via zintuiglijke vermogens, met name via de tast, krijg je steeds meer gevoelscontact met jezelf, met de ander en met de omgeving. Niet iedereen verstaat deze kunst. Vooral niet als het gevoelsvermogen gestagneerd is of onvoldoende is ontwikkeld. Iemand voelt dan bijvoorbeeld in het sociale verkeer niet aan wanneer een ander te dichtbij komt, raakt daarvan in de war en gaat bedenken waarom het niet zo erg is. Terwijl als melk niet meer goed is, proef je dat meteen en spuug je vanzelf de eerste slok uit.

Denken, voelen en handelen in balans
Een verstoorde balans tussen denken, voelen en handelen kan weer in evenwicht komen. Als het in onderling contact veilig genoeg voelt kun je de nodige moed verzamelen om je kwetsbaar op te stellen en onzekerheid te delen. Het doet goed als de ander geduldig luisterend aanwezig blijft en geen onthullingen forceert of zaken voor jou invult. Ook als je je serieus genomen voelt. Als je ruimte voelt om diepere gevoelens te delen op het moment dat jij daar aan toe bent. Als je voluit ruimte voelt om op je eigen manier te delen wat gedeeld wil worden. Zo’n aandachtige nabijheid helpt oud zeer helen. Erkenning van je verhaal en van je eigenheid door een welwillende ander doet een mens goed. Emotionele kwetsuren worden zo op een natuurlijke manier geheeld. Vergelijk een schaafwond op je knie die ook vanzelf geneest.

Zachte kracht
De kern van affectiviteit is tederheid, een zachte kracht die mensen verbindt.
Van eenzaamheid naar tweezaamheid. Naar wederkerigheid in de ontmoeting. Binnen de veilige omhulling ervaar je openheid. Er is sprake van intimiteit, van wezenlijk contact. Oud zeer vraagt vertering net als voeding. De vitaminerijke levenslessen haal je eruit en integreer je in je levensverhaal. De rest laat je achter. De ander voelt zich door het affectief contact bevestigd in zijn of haar wezenlijk goed-zijn. Psychiater Anna Terruwe noemt dit heel mooi: ‘Het toelachen in het wezen van de ander’. Er komt ruimte voor het bepalen en volgen van een vitale levens- en loopbaankoers. Trouw aan jezelf, op basis van eigen normen en waarden. Je voelt je autonoom en draagt verantwoordelijkheid voor de consequenties van je keuzes.

Via de ander ontmoet je jezelf
Je raakt meer en meer thuis in je binnenwereld. Buitenshuis is de samenleving, de stad, het dorp of de buurt. Daar zijn ook je dierbaren en alle verdere relaties. Als mensen elkaar ontmoeten in open contact ontvouwt het gevoelsvermogen zich vanzelf. De huid en de zintuigen vormen het contact met de buitenwereld. Onze ogen, oren, reuk, smaak en tastzin leggen een directe relatie tussen ieders binnen- en buitenwereld. Je kunt je terugtrekken bij het gevoel van te veel nabijheid of juist openstellen bij het gevoel van te veel afstand. Hoe voelt voor jou contact van mens tot mens? Het blijkt een hele kunst om de ander onbevooroordeeld tegemoet te treden. Om zonder reserve ontvankelijk te zijn en onbevangen te kijken naar wat er ook verschijnt. Door aanraking, huid-op-huid contact, dat de meest directe vorm van communicatie is, ‘vertelt’ je lijf zonder woorden wat er te vertellen valt. Dit vraagt grote zorgvuldigheid en volstrekte duidelijkheid. Dit is natuurlijk sowieso wenselijk en zeker in een professionele setting als de een hulpvrager is en de ander hulpbieder.

In stilte verwijlen
Kwetsbaarheid uiten vraagt geborgenheid en betrouwbaarheid. En zeker ook hoop op dat je door het uiten van gevoeligheden er beter van wordt. Door juiste timing en zorgvuldige aanraking wordt het lichaamsgeheugen aangesproken. Oude koeien kunnen in de sloot blijven. Wel wordt ingespeeld op actuele vragen en waarneembaar gedrag. Wat hier en nu speelt krijgt alle aandacht. Het kan zijn dat vroegere frustraties door liefdevolle aanraking spontaan opkomen. Het is dan voldoende als iemand zelf betekenis geeft aan wat ontsluierd wordt vanuit het lichaamsgeheugen. Deze confrontatie met kwetsuren van vroeger, die vastgezet zijn in het lijf, voelt degene die wordt aangeraakt zelf, maar hoeft dit niet alleen te ervaren. Er is ruimte voor vragen en voor het delen over de ervaring. Dit wordt als ondersteunend ervaren bij het inzichtelijk krijgen en het verwoorden van de beleving. Vaak is het wenselijk om een tijdje in stilte te verwijlen om te laten indalen wat ervaren is. Zo wordt het gevoelsvermogen meer en meer eigen gemaakt.

present zijn

Adesse animo ofwel levendig present zijn. Zo heet het laatste boek dat Frans Veldman (1921-2010), de grondlegger van haptonomie, schreef. Tijdens het roeien komt deze term bij me op. Het lijkt zo gemakkelijk. Gewoon op je bankje heen en weer schuiven en tegelijk met de anderen je riemen en het blad draaien. Maar jeetje, wat komt daar veel bij kijken. Instelling, ritme, contrast, timing, tact, focus, kracht, rust, volgorde, gevoel, standvastigheid, verstand en vooral afstemming, aanvoelen, gewaarzijn en last but not least; plezier hebben, samen met ‘mijn’ trouwe roeimaatjes. En dit alles vraagt om een ding en dat is gerichte aandacht. In de haptonomie noemen we het ook wel aanzijn of vitaal aanwezig zijn; in verbinding zijn met je zelf, met anderen en met je omgeving. En om dit voortdurend ‘aanzijn’ draait het allemaal. Dat is nogal wat……

De kracht van het nu 
Het almaar met volle aandacht aanwezig zijn in het moment.  Geen overconcentratie want dan krijg je krampachtige beweging, strakke hoge schouders, een frons op je gezicht en houterig roeien.  En bij onder-concentratie of afleiding – waarbij je lekker dromerig de woonboten bekijkt of je boodschappenlijstje in gedachten maakt – raak je verzwakt, laat je je teamleden in de steek en ben je als roeier steeds te laat. Zie je slappe (aandachts-)spieren en de verhalenverteller in je brein maar weer eens te focussen en in beweging te krijgen. En daar was het toch om begonnen? 
Het blijkt overigens gemakkelijker om overconcentratie in de maat te krijgen dan in beweging te komen na onder-concentratie. 

Basis & focus  Als je eenmaal in grote lijnen de techniek van het roeien onder de knie hebt komt het aan op gewaarzijn, erbij blijven, concentratie, soepele spanning, presentie; in contact met jezelf. Ook kun je het goed vinden met je teamgenoten. Bovendien heb je gevoel voor materialen en omgeving. Stevig in je basis zitten (zoals wij dat in de haptonomie noemen) en van daaruit rechtop zitten zorgen op een ontspannen manier voor vertrouwen en focus waardoor je beter presteert. 

Na gedane arbeid is het goed rusten
Of zou ‘vóór de arbeid is het goed rusten’ een beter alternatief zijn? De energievoorraad is dan opgeladen en ook de reserveaccu is gevuld. Ik kan dan vertrouwen op mijn uithoudingsvermogen en lekker energiek aan de slag. Ik zorg ervoor dat ik niet in het rood kom te staan, door alvast energie te pikken van de volgende dag. Dat is vragen om moeilijkheden. En we doen het ‘in groten getale’, veelal onbewust en routinematig. Mensen die kampen met slaapgebrek en overspanning vergeten hun batterijen tijdig op te laden, met alle narigheid van dien. Na de dag met stralende, schitterende zonneschijn volgt de nacht met maanlicht, rust, stilte en duisternis. Een prachtig natuurlijk ritme. Te veel in de zon draagt het risico van opbranden met zich mee. Te veel in de maan brengt uiteindelijk weinig tot stand. Hoe ervaar je jouw balans tussen dagtijd en nachttijd?

Rust & dynamiek
Bij het roeien leren we na een krachtige haal meteen te beginnen met de recovery en met zorgvuldige voorbereiding van de volgende haal. Als je uitgerust bent dan bevordert dat in het algemeen een heldere geest, een goed gemoed en uithoudingsvermogen waar je op kunt bouwen. Steeds weer zorgdragen voor een dynamische balans tussen rust & dynamiek! Het blijkt een hele kunst en oh zo weldadig om gewoonweg ’n tijdje niets te doen. Te luieren, spelen, pauzeren, rommelen, lummelen, mijmeren, niksen, doezelen, onderuitzakken, slenteren, ….. Ons natuurlijke rust- en herstelsysteem gaat tijdens deze prachtige werkwoorden vanzelf voor ons aan de slag, maakt schoon schip en zorgt dan moeiteloos voor onze gezondheid. We zijn weer bewust van ons lijf, van top tot teen. Ervarings- en spijsvertering zorgen voor integratie en opruiming. Dat brengt innerlijke leegte en ruimte voor wat komen gaat.
Voor vitaal present zijn. Springlevend. Adesse animo.

‘ik wil van dat eeuwige schuldgevoel af’

Last van schuldgevoel
Bovenstaande verzuchting van een client vormt de inspiratie voor dit blog. Als je last hebt van schuldgevoel zit je geweten je in de weg met een akelig gevoel over iets wat je wel of niet hebt gedaan. Dit feit kun je niet meer terugdraaien. Wat gebeurd is, is gebeurd. Je voelt je ellendig omdat je meent dat je tekort geschoten bent of denkt dat je iemand schade hebt berokkend. Of gewoonweg omdat je het goed hebt en je schuldig voelt ten opzichte van anderen die het op het oog minder goed hebben. Misschien ga je hierdoor deze persoon of die situatie wel uit de weg.

Mijn geweten speelt me parten
Irreëel schuldgevoel ontstaat omdat je jezelf tot iets verplicht hebt, wat je niet waar hebt kunnen maken. Je kunt jezelf wel voor je kop slaan of de haren uit je hoofd trekken. Je voelt zoveel narigheid over jezelf dat je amper rechtop durft te lopen. Met schuldgevoel richt je je boosheid -uit angst voor confrontatie met de ander- op jezelf. Je voelt je buitengewoon verantwoordelijkheid voor alles en iedereen. Je lijdt aan schuldgevoel omdat je in strijd handelt met wat je volgens jou hoort te doen.

‘Ik moet altijd voor iedereen klaarstaan’. Is dat waar?
Je focus lijkt vooral gericht op het gelukkig maken van anderen en zelfzorg komt daarmee op de tweede plaats. Is dit in de valse hoop dat ze je aardig vinden en niet in de steek laten? Jij kunt niet weten wat voor de ander het beste is. Dat kun je alleen maar zelf weten. En als ik steeds bezig ben, vanuit mijn reddersdrang, jou aandacht te geven wie geeft mij dan aandacht? Irreële gedachten kunnen danig in de weg zitten. Voorbeelden hiervan die schuldgevoel uitvergroten zijn:

  • Ik hoor niet blij of gelukkig te zijn nu hij of zij het zo moeilijk heeft.
  • Ik moet altijd een lieve moeder, zus, vriendin, therapeut, etc. zijn.
  • Ik mag geen nee zeggen, niet boos worden moet de verstandigste zijn.
  • Ik mag mijn talenten niet tonen, dat is zo naar voor mijn collega.

Is dit echt waar? Of ben je zo bang om ‘nee’ te zeggen in de veronderstelling dat je de teleurstelling van de ander niet kunt verdragen. Of omdat je hebt ervaren dat je liefde moet verdienen door goede prestaties of door altijd aardig te blijven. Helaas heb je hier kennelijk te weinig vrijheid in ervaren.

Schuldgevoel verzachten
Schuldgevoel laat zien dat we iets hebben gedaan waarbij we niet trouw waren aan onszelf en waarbij we onszelf en bovendien een ander tekort hebben gedaan. Schuldgevoel wordt vaak gevolgd door spijt. Verlichting van schuldgevoel is mogelijk door alsnog je verantwoordelijkheid te nemen voor dat wat achteraf niet goed voelt. Je wilt zo gauw als het kan de pijn van schuldgevoel verzachten en het weer goed maken door bijvoorbeeld je excuses aan te bieden. Of door te herstellen wat je nog herstellen kunt. Of door iets ongedaan maken te maken of alsnog te doen wat je hebt beloofd. En vooral door je onschuld te zien en jezelf te vergeven.

Zeg maar ja tegen het leven
Bewust ‘ja’ zeggen tegen je behoeften, ook als de ander dat niet plezierig vindt, daar is moed voor nodig. Je bent daarvoor geen verantwoording schuldig. Het betekent dat je luistert naar je lijf en gevoel, in beweging komt en gezonde grenzen stelt. Ook als je vermoedt dat de ander daar niet van gediend is. Dit assertief gedrag is mijns inziens een teken van gezonde zelfzorg en betekent niet dat je handelt tegen de ander. Je maakt juist ruimte voor oprechte verbinding met jezelf en de ander. Je erkent ieders eigenheid en menselijkheid met alle zon- en schaduwzijden die daarbij horen. Dan is sprake van echte ontmoeting van hart tot hart.

‘je moet je schamen’

Publieke ruimte
In de etalage (en op facebook en instagram) ligt alles wat iedereen mag zien en weten. Je komt rustig, stoer en sterk over. Je toont je mooiste, liefste, geliefdste en meest speciale kant. Bij jou lukt het allemaal, kreukels en krasjes zijn je vreemd. De relatie met je familie is fantastisch. Je hebt het allemaal super onder controle, althans die schijn weet je op te houden.  Je hebt een rijke vriendenkring. Als de neiging om alleen maar perfect over te komen zo sterk is worstel je mogelijk met je kwetsbaarheid. Deze worsteling ken ik maar al te goed en heb me daar met vallen en opstaan een heel eind van bevrijd.

Achter gesloten deuren
In het verborgen magazijn bewaar je geheimen, oud zeer, vermoeidheid, lusteloosheid en alles wat volgens jou niet wordt gewaardeerd of toegestaan door de mensen die jouw etalage zien. Alles wat het daglicht kennelijk niet kan verdragen wordt verstopt. Een pijnlijk zinnetje vanuit opvoeding luidt; ‘je moet je diep schamen’. AU. Zo ontstaan overlevingspatronen. Bijvoorbeeld als hard werken en naastenliefde kwaliteiten waren die hogelijk werden gewaardeerd, dan lijkt het niet toegestaan om openlijk egoïstisch of flierefluitend gedrag te laten zien. Je schaamt je daarvoor en gaat blozen, krijgt klamme handen, ruikt naar angstzweet en trekt je terug. Pijn die niet gevoeld mag worden gaat ‘ondergronds’. Je lijf blijft signalen geven om je te verlossen van de angst voor openlijke kwetsbaarheid. Waar geneer je je voor? Waarbij denk je ‘ik ga nog liever dood dan dat ze daarachter komen?’ Je kunt bij het idee alleen al wel door de grond zakken van ellende.

Sociale afwijzing
Schaamte heeft de positieve functie van sociaal smeermiddel, daarbij houden we elkaar in positieve zin binnen afgesproken of veronderstelde normen. Wat beoordelen we als goed en wat als slecht? En wie heeft de meetlat? Eerder schreef ik over schuldgevoel. Daarbij ben je bang iets verkeerd te hebben gedaan. Bij schaamte ben je bang dat je zelf verkeerd bent en dat voelt nog veel beroerder. Je hebt jezelf ingeprent dat je niet deugt. Mogelijk heb je de ervaring dat je uitgelachen werd of gekleineerd werd en dat wil je niet opnieuw meemaken. Je voelt je waardeloos, verlegen, etc.… Tot in je binnenste-binnenste pijnlijk aangetast en bang om er niet meer bij te horen. En uiteindelijk keur je jezelf af, zelfafwijzing lijkt comfortabeler dan dat anderen je afwijzen. Door de angst voor oordelen van anderen cijfer je jezelf te vaak weg, raak je geremd of perfectionistisch. Als we aandacht en betrokkenheid van dierbaren missen viert schaamte hoogtij. ‘ik ben het niet waard om van te houden en straks blijf ik alleen over’, blijkt dan een pijnlijke overtuiging die ook nog wordt geloofd. Is dit echt waar?

Kwetsbaarheid veilig delen
Door meer van jezelf met alle plussen en minnen bloot te geven kunnen pantsers en maskers achterwege blijven. Je laat openlijk licht schijnen op onzekerheden en kwetsuren. Voor een kind zijn pesten, afkeuring, uitlachen of achterklap zijn pijnlijke gedragingen die te akelig zijn om echt binnen te laten komen. Je creëert dan op jonge leeftijd overlevingsgedrag en dat is maar goed ook. De pijnlijke waarheid van toen heb je zodanig verdrongen en verdoofd dat je jezelf daar nu niet eens van bewust bent. Je schermt jezelf af met lijfelijke verkramping als gevolg. Je wapent je tegen mogelijke afkeuring uit angst voor herhaling van oud zeer. Schaamte is de diepe angst dat we niet goed genoeg zijn, dat we daarom geen liefde waard zijn en dat we er niet bij horen. Nu als volwassene kun je eventuele afkeuring of gemis aan affectieve bevestiging wel dragen. Hoe meer ik mijn eigenheid ten volle accepteer hoe meer ik respectvol ieders eigenheid accepteer.

Vrij in verbinding
Geef anderen niet langer de macht en ook niet de plicht om jou goed of af te keuren. Het zinnetje ‘wat zullen ze wel niet van me denken?’ laat je achterwege. Je bent bereid om je kwetsbaar op te stellen. Welk gereedschap helpt je om de moed te hebben jezelf te laten zien met al je zon- en schaduwzijden? Hoe minder ik verborgen hoef te houden en hoe meer ik prijsgeef over mijn kwetsbaarheid, hoe minder verkramping dit met zich meebrengt en hoe minder energie het mij kost. Er komt steeds meer betrokkenheid, openheid, souplesse en innerlijke speelruimte. Naarmate eigenwaarde groeit vermindert gevoeligheid voor schaamte. Je luistert naar je eigen gevoelens en behoeften, neemt deze serieus en draagt er zorg voor. De zelfafwijzing wordt geleidelijk aan voltooid verleden tijd. Wie je ten diepste bent, je natuurlijke zelf, mag er in volle glorie zijn. Het masker waar je je achter schuil hield kan naar het magazijn. Er komt ruimte voor wederkerigheid, vertrouwen en open contact.